Informatie

granen en zaden

granen en zaden

Een moestuin is stilaan meer dan enkel groenten, fruit, bloemen en kruiden. Er verschijnen steeds meer nieuwe gewassen die ook eetbare zaden of granen leveren, boeiend om in de tuin mee te experimenteren. Quinoa, sorghum, amarant, teff, gierst... vormen zo een aparte groep in ons assortiment. We selecteren uiteraard op een 'bruikbare' opbrengst in ons klimaat, een redelijke oogst op kleine schaal, gemakkelijk te oogsten en te schonen, brede bruikbaarheid van bladeren, knoppen en zaden... en uiteraard het boeiend visuele aspect van elk van deze gewassen.

Subcategorieën

  • Quinoa

    Quinoa is één van die veelbelovende nieuwe gewassen die beslist de moeite waard is om ook een keertje in je eigen tuin te hebben. De planten groeien heel makkelijk, vragen weinig zorg of aandacht met uitzondering van een beetje steun in het late najaar. het oogsten van de zaden gaat vlot, maar voor gebruik moet je de zaden flink wassen en schrobben tot alle saponine weg is.

  • Sorghum

    Sorghum

    Sorghum is het vierde belangrijkste graangewas in de wereld. Het wordt vooral in Afrika geteeld, maar de combinatie van extra vroege selecties en onze praktische ervaring maakt dat je het ook hier bij ons in het noorden met succes kunt telen. 

    Je kunt best in verteerbare trays voorzaaien eind april en midden tot eind mei buiten uitplanten op 20 x 20 cm. De teelt is best te vergelijken met de teelt van maïs. De planten vragen weinig extra voeding en zijn ook tevreden met wat drogere grond. De planten willen wel volle zon en een open standplaats om vaak meer dan 2 meter hoog te kunnen uitgroeien. Je kunt eind juni klimbonen zaaien aan de voet van de planten voor een dubbelel oogst. De kolven rijpen eind oktober. Je haalt de droge zaden makkelijk van de kolven door ze in een gesloten bak met de voeten te bewerken. 

    Voor gebruik in de keuken de zaden minimaal 4 uur of best een hele nacht weken en vervolgens met een dubbel volume water 20 minuten koken en 10 minuten laten wellen.

    De zaden hebben het uiterlijke en de neutrale zachte smaak van rijst en kun je in alle zoete en hartige rijstgerechten gebruiken. Gedroogde zaden kun je ook vermalen tot meel.

    De meeste selecties zijn Sorghum bicolor en kun je ook telen voor de zoete stengels. Die zijn net als suikerriet bruikbaar om te schillen en de kern op te knabbelen of om met wat geduld te persen tot vers zoet sap. Ideaal als natuurlijk limonade.

  • Amarant

    Amarant was het heilige voedsel van de Azteken. Zijn oorsprong ligt zo’n zevenduizendjaar geleden in Mexico. Ten tijde van de eerste Europese contacten was de teelt van amarant even belangrijk als die van maïs. Vreemd genoeg verdwenen de planten en die levensbelangrijke teelt enkele decennia na de ontdekking en de kolonisatie van Amerika. Maar ook in Africa en Azië komen de planten in het wild voor en werden ze eeuwenlang gecultiveerd.

    Net als quinoa is amarant niet echt een graan. Botanisch zijn de planten meer verwant aan spinazie en de biet. Maar de hernieuwde populariteit dank de plant vooral aan zijn eenvoudige teelt en indrukwekkende groeikracht in combinatie met zijn hoge opbrengst en zijn opvallende voedingswaarde.

    Er zijn twee belangrijke groepen. Selecties gericht op de teelt van de zaden (Amaranthus cruentus en A. hypochondriacus) en andere meer gericht op de teelt en oogst van de bladeren (A. tricolor en A. gangeticus, populair gekend als bayam, klaroen en calaloo.). Maar verder is dat geen probleem, de zaadselecties zijn ook bruikbaar voor hun bladeren en de bladvarianten geven ook bruikbaar zaad.

    Grote productie en makkelijk te oogsten. De bladeren zijn bruikbaar in salades of als stoofgroente. De roomwitte zaden zijn eetbaar als kookgraan en bruikbaar om te poffen. Ter plaatse zaaien in de tuin midden mei. Uitdunnen op 10 cm  voor minder hoge planten, op 30 cm. voor maximale metershoge groei.  In elk geval ruim 5 maanden opvallende kleur in de tuin. De planten zijn ook bruikbaar als snijbloem en ze groeien prima in pot.

  • Gierst

    Gierst is snelle en makkelijke groeier ook op minder voedzame grond en bij extrame warmte en droogte. Je zaait in het voorjaar (mei) en dunt uit op 5 tot 10 cm in de rij voor sierlijke planten van zo'n 75  - 100 cm hoog. Je oogst in september. De zaden zijn eenvoudig te schonen in een keukenroboom vervolgens te verwerken tot glutenvrij kookgraan of meel.

  • Linzen en kekererwten

    Twee gewassen die tot de verbeelding spreken. En verder heel eenvoduig te telen ook in ons klimaat. Ze kunnen beiden in mei gezaaid worden op 5 cm uit elkaar en rijen op 40 tot 50 cm. De bossige groei eindigt in minuscule kleine bloei en kleine peulen met 2 tot 3 zaden. Alles mooi laten rijen en drogen om in september te oogsten. Matig van opbrengst, maar leuk om een keerjte je eigen linzen en kekererwten uit eigen tuin te kunnen proeven. Kekererwten kun je ook als verse doperwt eten.

  • Teff en Jobstranen

    k

    k

    k

    Twee bijzondere 'granen' die je vooral voor de sierwaarde moet telen. Teff heeft zilveren of rode glanzende aren met de kleinste graantjes ter wereld. Een hele klus om te oogsten. Jobstranen vormen een sierlijk grasachtig gewas (ook mooi in pot) met zilvergrijze zaden. Behalve eetbaar zijn ze ook populair als 'kraaltjes' vanwege het natuurlijk gaatje in elke graankorrel.